fbpx
Het verschil tussen klagen en delen

Het verschil tussen klagen en delen

Ik zag het toevallig net voorbij komen op Social Media, een post in de trant van “stop met klagen en doe er wat aan”. Dit triggerde mij. Aan de ene kant vind ik dat klagen je weinig oplevert. Ik hou er zelf niet van om het idee te hebben dat ik klaag, en ik hou er ook niet van om geklaag aan te horen van andere mensen. Dat gezegd hebbende, hou ik er wél echt van om mensen te helpen die hun problemen met me delen. En ben ik juist vóór het delen van je problemen. Maar waar houdt klagen op en begint delen?

Klagen is problemen beschrijven vanuit de wereld

Als je klaagt, dan zul je vaak dingen beschrijven vanuit een perspectief van de wereld, zoals: “de wereld is zo kut”, “mijn werk is echt zo zwaar”, en “wéér een tegenslag”. Wat je dan doet is, dat je de situatie beschrijft van buitenaf, waarbij je zelf de rol van slachtoffer aanneemt. Jij kan tenslotte niks doen aan het feit dat “de maatschappij tegen jou is”.

Klagen is allesomvattend

Het is bovendien ook al snel allesomvattend: het gaat ineens om “de hele wereld”, in plaats van alleen die tafel waar je je tegen tegenaan stootte. Je maakt een specifiek probleem (waar het mee begon) groter, door deze in een breder perspectief te plaatsen. Je bedenkt meteen wanneer dit allemaal nog méér is gebeurd. Dit maakt ook, dat het probleem haast niet op te lossen is, want jij kan de wereld niet in je eentje veranderen.

Klaag je, dan zullen mensen je niet serieus nemen

Zeg je dingen op een klagende manier, dan zul je ook reacties krijgen van “poeh, je leven is echt zwaar hoor ; )” en “ja daar hebben we allemaal wel eens last van”. Of zelfs “ach stel je niet zo aan”. Je zult daarom met klagen niet heel veel steun vinden, behalve dat er vast ook mensen met je mee kunnen klagen dat de wereld inderdaad verschrikkelijk is.

Maar gelukkig is er een alternatief 🙂

Delen is problemen beschrijven vanuit jezelf

Deel jij je problemen, dan zul je dingen beschrijven vanuit jezelf. Je begint je zin dan ook vaker met ik: “Ik ben er echt niet bij met mijn hoofd”, “ik weet echt even niet hoe ik hiermee om moet gaan”, of “ik krijg het soms gewoon niet voor elkaar om uit mijn bed te komen”. Wanneer je het probleem vanuit jezelf beschrijft, dan kun je ook de oplossing vervolgens vanuit jezelf zoeken, of makkelijker om advies vragen: “Hoe doe jij dat?”.

Delen is problemen specifiek benoemen

Hoe specifieker je het probleem beschrijft, hoe beter anderen (en jijzelf misschien ook) begrijpen wat er met je aan de hand is, en in welke mate. Je kunt zeggen “ik voel me niet goed”, maar je kunt ook zeggen “ik moet de hele treinrit mijn best doen om mijn tranen te bedwingen”. Ik zei voorheen vaak “ik heb het zo druk op werk”, maar later begon ik te vertellen “ik voel me constant opgejaagd”. Merk je het verschil?

Deel je je problemen, dan zullen mensen hun hulp graag aanbieden.

Toen ik mijn problemen specifiek en vanuit mezelf ging delen, kreeg ik hele lieve reacties. Het ging mij er niet eens echt om dat ik “hulp” kreeg, maar ik vond het wel fijn om me begrepen te voelen. Dat mijn vrienden begrijpen waarom bepaalde dingen even niet lukken, en dat ja “mijn leven even heel zwaar is”. Maar dan écht. Als bonus, kreeg ik vaak de vraag “wat kan ik doen om te helpen?”. Ook al kon ik soms niks bedenken, ik ervaarde veel meer steun.

Ik zou dus vooral willen aanraden om inderdaad wél te stoppen met klagen, maar óók te beginnen met delen. Je relaties én je leven worden er alleen maar beter op!

Kan je goed bluffen, dan kan je goed carrière maken.

Kan je goed bluffen, dan kan je goed carrière maken.

Mijn hele schoolcarrière ben ik fluitend doorgegaan. Onderuit gezakt in de les, maar 8en op mijn rapport. Maar in mijn carrière merk ik dat het anders gaat. In een vergadering zitten zonder notitieblokje en goede klantbeoordelingen krijgen kost me nu ineens de kop. Het gaat niet meer om wat ik kan, maar hoe ik overkom. Als je kennis niks betekent voor je carrière, kunnen we beter lesgeven in bluffen. Dat is een betere voorspeller voor carrière maken dan schoolprestaties.

Ik weigerde naar school te gaan als ik die stomme makkelijke taakjes weer moest doen

Mijn gehele schoolcarrière ging ik fietsend door. Vanaf groep 3 was ik al een ‘bolleboos’ en vond ik het leren lezen en schrijven geweldig. Ik leerde snel; sneller dan gemiddeld en raakte verveeld. Ik zat in een gemengde klas van groep 3 en 4 en vond ik dat ik de taakjes van groep 4 ook wel aankon.Toen het schooljaar om was en ik naar groep 4 zou moeten gaan, vond ik dat ik beter naar groep 5 kon. Ik had tenslotte alles al geleerd. Als ik mijn moeder mag geloven, weigerde ik naar school te gaan als ik die stomme taakjes weer moest gaan doen. En zo sloeg ik een groep over.

Onderuit gezakt achterin de collegezaal pikte ik altijd meer dan genoeg op

Van de basisschool kreeg ik HAVO/VWO advies mee en ik slaagde wederom met een redelijk gemak in het behalen van mijn VWO diploma. Ik besloot psychologie te gaan studeren aan de universiteit. Ik begon (zoals meer studenten) altijd op het laatste moment met leren. Ik heb vakken gehaald zonder het boek ook maar open te hebben geslagen. Door (vaak achterin de zaal met wat online poker op mijn laptop) te luisteren naar de hoorcolleges, een oprechte interesse in de materie en goede leerstrategieën kon ik tijdens mijn studietijd vooral genieten van relaxen, sporten, wat werken en uitgaan.

Die twee vingers in mijn neus moest ik er maar uit halen

Eenmaal afgestudeerd had ik alle vertrouwen dat ik een leuke baan zou beginnen, eveneens met twee vingers in mijn neus carrière te kunnen gaan maken en te kunnen doorgroeien naar een baan die me wel zou uitdagen. Ik had in mijn schoolcarrière best wat zelfvertrouwen opgebouwd. Helaas was het zo rooskleurig niet. Het was sowieso moeilijk om aan een baan te komen in mijn vakgebied, dus die twee vingers in mijn neus moest ik er maar uithalen. Eenmaal aan het werk, was het flink aanpoten en de uitdaging die ik hoopte te vinden had niks te maken met inhoud. Niemand controleerde echt de inhoud van mijn werk, nu ging het vooral om hoe ik over kwam. Zoals ik met online poker in de collegezaal kon zitten, kon ik in een vergadering niet zonder opschrijfboekje. Waar ik dan zogenaamd dingen moest gaan noteren die ik heus wel kon onthouden.

Het gaat er niet meer om wat je kan, maar hoe je jezelf verkoopt

Alhoewel ik er prima in was geslaagd om als klein meisje een groep over te slaan, heb ik daarna niet veel moeite hoeven doen om mezelf te verkopen. Ik ben gewend om mezelf altijd naar een goeie positie te krijgen, gedurende de tijd. Eigenlijk niet eens alleen op school, waar ik altijd dealtjes kon sluiten met de leraar (“als ik nou laat zien dat ik mijn werk af heb, kan ik dan de les skippen?”), maar ook in bijvoorbeeld sport wist ik mijn weg wel te vinden naar een basispositie in het veld. Dat deed ik, door mezelf te bewijzen, door goed te oefenen. Maar nu moet ik me in een sollicitatiegesprek al bewijzen vóór ik begin. En hoe doe je dat? Alleen maar door het hebben van mooie praatjes. Blijk je daar nou net niet goed in te zijn, krijg je nooit de kans om mjzelf te bewijzen.

Helaas geldt óók als je aan het eenmaal werk bent, dat je praatjes het belangrijkste zijn. Je leidinggevende is te druk om te kunnen zien wat jij presteert. Kom je niet zelfverzekerd over, dan denken ze dat je het niet aankan. Kan je goed bluffen, dan kan je goed carrière maken. Zo simpel is het. Mooie praatjes zijn meer salaris, betere functies. Laten we daar anders wat lesjes aan besteden op school, dan heb je tenminste wat aan je opleiding in je werkleven.

Werkplezier: Hoe Beyonce mij leerde dat werk leuk is

Werkplezier: Hoe Beyonce mij leerde dat werk leuk is

Beyonce is mijn held. Ik ben een verschrikkelijke fan. Ik was heel lang in ontkenning – want: keeping my cool – dus ik ben dit jaar pas voor het eerst naar een concert geweest. Maar eigenlijk ken ik al haar liedjes, heb ik al haar mini docu’s gezien op YouTube en – sorry Beyonce – soms kijk ik zelfs de vreselijke roddel-YouTube filmpjes over je. Dat heb je niet verdiend, want je hebt me veel geleerd. Zo heb je mij verteld dat ik geen toestemming nodig heb, ben je niet bang om je uit te spreken over omstreden onderwerpen, en: je leerde mij dat werken leuk kan zijn. En dat al deze dingen aan elkaar verbonden kunnen zijn.

Flawless vs Flaws and all

Omdat we allemaal graag alleen de mooiste kant van onszelf willen laten zien, vind ik het echt cool dat Beyonce verschillende kanten van zichzelf laat zien. Op social media is het nogal makkelijk om een jezelf neer te zetten op een manier die niet helemaal realistisch is. En ja, dit doet zij soms ook: haar ‘coole’, zelfverzekerde en krachtige ‘sasha fierce’ kant maakt dat ik net zo fabulous wil zijn als zij, al haar dansjes wil leren en met mijn haar wil gooien. Maar daarachter schuilt een kwetsbare, eerlijke, bescheiden Beyonce, een vrouw met verdriet en verlies.  Iemand die de levenslessen die zij heeft geleerd, wil doorgeven via haar muziek en interviews. Door deze kant te laten zien, voelt het haast alsof ik haar vriendin ben.

She’s a rebel

In haar muziek, concerten en via haar enorme grote groep aan fans, probeert zij namelijk issues aan de kaak te stellen die zeer politiek getint zijn. Risky, I like it! Zo lieten Bey en Jay in het On The Run concert duidelijk zien dat gelijkheid nog altijd een droom is. Beyonce vraagt letterlijk:  “Ladies, have we had enough? “ En Jay rapt: “rich nigga, poor nigga, real nigga, foul nigga. – Still a nigga”. Heavy. Maar de belangrijkste boodschap van het concert is die van liefde: van het kunnen overkomen van bergen verdriet en echt weer samenkomen. Zo sterk: “This is real life”.

“I got a job babe”

En het mooiste is dat zij dit allemaal kan doen dankzij haar werk. Dat zij de miljoenen fans gebruikt om de wereld een beetje beter te maken. Zo verandert zij vaak expliciet, maar soms ook impliciet mijn idee van ‘baas’ zijn en van werk. En ze vertelt ook over de balans tussen werk en privé. Wat mij enorm aansprak in een van haar docu’s was het moment dat zij was bevallen van haar eerste kindje en vertelt dat ze weer voor het eerst aan het werk ging. Ze was een choreografie aan het repeteren en tijdens deze repetitie zong ze “I got work to do, I got a job babe”. Ze zong dit met zo’n grijns op haar gezicht en zo veel trots… Dat ik begon te denken… Oh,  ‘werk’, dat kan echt leuk zijn! Dat wil ik ook! Dat kwam echt op een moment dat ik mij dit weer even moest beseffen.

Meer inspiratie graag!

Hoe fijn is het om niet alleen geïnspireerd te worden door mooie outfits, een dodelijke conditie en een prachtig lichaam en dan te denken: dat wil ik ook. Maar om ook geïnspireerd te worden door haar successen, haar dromen en ambities. En óók haar tegenslagen, falen en verdriet. Want als zij één boodschap op mij heeft overgebracht, dan is het wel: If life serves you lemons: make lemonade – And then sell it! 😉

Nieuwsgierig naar het fragment? Check hem hier!

Wil jij ook inspiratie opdoen? Kom dan langs in ons Goalscafe.

Meer lezen? Check hier al mijn blogs.